Visie op de plaats van de leerlingondersteuning binnen het onderwijs

 

 

1

Passende onderwijsleersituatie

In de Gomarus-visie  staat verwoord dat er aandacht is voor lln ‘die wat meer ondersteuning nodig hebben’. Vanuit de leerlingondersteuning is deze ambitie  geconcretiseerd:

  • De ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats binnen de klassensituatie.
  • We streven naar thuisnabij-onderwijs.
  • De ll-zorg is er zowel voor de lln als ook voor hun docenten.
  • Er zijn diverse begeleidingsmogelijkheden binnen de ll-zorg.

Aan de mogelijkheden van het primaire proces zitten echter grenzen. Wanneer de situatie van een ll –ondanks inspanningen van ll-zorg- de draagkracht van het primaire proces te boven gaat, dan spant de Gomarus zich in om een passende plaats te zoeken voor de ll, intern dan wel extern.

2

Handelingsgerichte benadering

 

We werken op de Gomarus vanuit de ondersteuningsbehoefte van de leerling: Wat heeft deze ll nodig om  zijn onderwijsdoel te bereiken? Hierbij worden naast de ll ook zoveel mogelijk de ouders, collega’s en –indien nodig- externe deskundigen betrokken. Dit vraagt van docenten een professionele houding. Het werken vanuit gezamenlijke doelen, afspraken en acties hoort hierbij. De ll-zorg heeft een ondersteunende functie richting het primaire proces vanwege haar ervaring met een handelingsgerichte benadering.

3

Preventief en curatief

 

We werken op de Gomarus aan het verminderen van de  ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Het primaire proces heeft oog voor vragen achter gedrag en cijfers en staat open voor coaching in het omgaan met specifiek gedrag van leerlingen. Het gevolg hiervan is het vergroten van de handelingsbekwaamheid van het primaire proces. De ll-zorg deelt haar kennis over gedragsverandering en denkt mee in de oplossingen voor het aanleren en veranderen van gedrag.

4

Dienstbare deskundigheid

 

Ll-zorg wil vanuit deskundigheid dienstbaar zijn t.a.v. de leerling en het primaire proces. Naast het primaire proces worden ook het onderwijsondersteunend personeel, de ouders en externe deskundigen bij de ondersteuning van lln betrokken. Het Bijbelse begrip ‘dienstbaarheid’ houdt ook in dat we kansen benutten om te spreken en te handelen vanuit het perspectief en de hoop op een genadig God.

 

Betrokkenheid vanuit lerende cultuur

 

In deze context werken we vanuit een open dialoog en spreken we elkaar aan op hiaten én vieren we successen, waardoor een ‘lerende cultuur’ (Gomarus-visie) wordt bevorderd. Dit geldt binnen de ll-zorg en voor de ll-zorg t.o.v. het primaire proces.

Betrokkenheid vanuit Bijbels perspectief

We willen ons in ons handelen laten leiden door de Bijbel. We willen een voorbeeld zijn in geloofwaardigheid, betrouwbaarheid, echtheid, bescheidenheid, rechtvaardigheid en naastenliefde (Gomarus-visie). Hierin past ook het benutten van kansen om over God te spreken.

 

De mentor is op de Gomarus de aangewezen man of vrouw voor de begeleiding. Hij of zij is ook uw eerste aanspreekpunt. Soms is er voor leerlingen echter meer nodig. Op de Gomarus zijn er verschillende mogelijkheden voor begeleiding van leerlingen. Daarvoor zijn deskundigen in dienst. Zij bieden individuele ondersteuning of begeleiden de leerling in een groep.

Sinds de invoering van Passend Onderwijs heeft ook de Gomarus een Schoolondersteuningsprofiel opgesteld, waarin de school heeft vastgelegd wat de mogelijkheden en grenzen zijn van de te bieden begeleiding.

 140408- definitief SOP-Gomarus.pdf

Dit Schoolondersteuningsprofiel is besproken en goedgekeurd door het samenwerkingsverband, waarbij wij als school zijn aangesloten: het Reformatorisch Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs.

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de mentor van uw zoon of dochter. Ook wanneer u denkt dat uw zoon of dochter voor één van deze hieronder uitgelegde vormen van begeleiding in aanmerking komt, dan kunt u dat bespreken met de mentor.

De teamleider van de leerlingenzorg is drs. L.W. Both, portefeuillehouder leerlingenzorg binnen de directie is dhr. A.W.A. ter Harmsel.

 

Intakes uit aanmelding nieuwe leerlingen

Wanneer er sprake is van een specifieke zorgvraag voor uw kind is, dan kan een intakegesprek belangrijk zijn. Vaak hebben basisscholen hierover ook een mening. Vragen om ondersteuning vanuit ouders en basisschool worden afgestemd met informatie over het aanbod tijdens een intakegesprek. Tijdens zo’n intakegesprek wordt een ‘zorgloket’ gevormd (als een ‘voordeur’) en denken collega’s met specifieke deskundigheid mee met ouders en (liefst) mensen uit het basisonderwijs over de ingebrachte casus. Na afloop van het intakegesprek wordt een advies uitgebracht.

Om zo’n gesprek te kunnen voeren, is het nodig om een formulier in te vullen via de website [link]. Belangrijk daarbij is de vermelding of u kiest voor Gorinchem of Zaltbommel.

Zorgloket/ zorgvraag

Het zorgloket heeft een wisselende samenstelling. Bij een intakegesprek zitten andere mensen dan bij de wekelijkse vergaderingen over leerlingen die al op school zitten. Dan heet het zorgloket ‘IZO’ of ‘ZAT’. Zie daar voor meer informatie.

De mentor biedt in eerste instantie ondersteuning voor de leerling. Het is echter mogelijk dat deze hulp ontoereikend is. Dan klopt de mentor aan bij de zorgcoördinator, die de casus kan inbrengen in de vergadering van het zorgloket (IZO). Het zorgloket is er voor leerlingen die meer nodig hebben. In overleg met de mentor, de leerling en de ouder(s) stelt het zorgloket een zorgarrangement samen.

De contacten lopen voor leerling en ouders in eerste instantie via de mentor; is een begeleider vanuit de leerlingenzorg betrokken bij een leerling, dan neemt die persoon de communicatie van de mentor soms deels over.

Interne Zorgoverleg (IZO)/ZAT (Zorgadviesteam)

Wanneer een teamleider, een mentor, vakdocenten of conciërges zich zorgen maken over een zoon/dochter/leerling, dan is er in elk team van de school een zorgcoördinator beschikbaar. Deze deskundige bepaalt in overleg of een aanmelding van het zorgloket (IZO) nodig is. Daar worden, indien mogelijk in het bijzijn van de mentor, leerlingen besproken. Dit team bespreekt wekelijks leerlingen en probeert voor hen zo spoedig mogelijk de juiste ondersteuning te vinden en/of te bieden.

Het Interne Zorgoverleg (IZO) bestaat uit vier zorgcoördinatoren (elke team binnen de school heeft een eigen zorgcoördinator), een secretaresse en een voorzitter. De zorgcoördinatoren hebben elk ook nog hun specifieke deskundigheid: jeugdpsycholoog, schoolmaatschappelijk werker, specialist leerproblemen. Indien mogelijk schuift de mentor van de leerling aan bij de bespreking.

Eens per zes weken schuiven bij het zorgloket ook deskundigen aan van buiten de school: een schoolarts, leerplichtambtenaren, een psycholoog van Eleos en iemand van het jeugdteam Gorinchem. Ook kunnen we anderen uitnodigen (bijvoorbeeld de wijkagent). Dit noemen we een ZAT-vergadering (Zorgadviesteam).

Externe hulpverlening: Eleos/De Hoop

Voor sommige leerlingen wordt door het Zorgloket intensievere begeleiding geadviseerd, zogenaamde tweedelijnszorg. Wanneer ouders en leerling kiezen voor Eleos, dan kunnen leerlingen gebruik maken van de begeleiding door Eleos op onze school. De aanmelding verloopt ‘gewoon’ via Eleos [link]. Graag dan wel vermelden dat het wenselijk is de begeleiding te laten plaatsvinden op de Gomarus. Dan wordt daarmee namelijk rekening gehouden bij de intake.

Op advies van hulpverleners kan ook de voorziening [link] in Dordrecht ingezet worden. Eleos/De Hoop verzorgt behandeling/opname en De Rank verzorgt onderwijs, in nauw overleg met de Gomarus.

Mentor (mtr)

De mentor is degene die het dichtst uw zoon of dochter staat. Hij/zij is voor zowel leerlingen als ouders dé persoon om contact op te nemen wanneer er vragen, zorgen en problemen zijn. Zie voor meer informatie het onderdeel over mentoraat [link]

 

[Mooist is als er een link komt naar een ander deel van de site, waar naast de info uit het groene rondje uitvoeriger wordt gemeld wat de mentor doet. In eerste instantie vind ik dit geen taak om vanuit de ll-zorg op te pakken.]

Team Medisch Passend Onderwijs (MPO)

Voor leerlingen die beperkt zien (cluster1) of horen (cluster2) willen we -indien mogelijk- ondersteuning bieden, in samenwerking met een externe ambulant-begeleider van Kenniscentrum Bartimeus (cl1) [link] of Kentalis (cl2) [link]. De leerling kan op school naast de mentor een coach toegewezen krijgen met wie hij/zij regelmatig een gesprek heeft. Ook wanneer de leerling nog geen arrangement heeft, willen we hem/haar proberen te helpen. Wanneer er sprake is van een lichamelijke beperking of langdurige ziekte (LG of LZ), dan is er in overleg (indien nodig met externe deskundigen) veel mogelijk: een kopieerpas, gebruik van s-klas om te rusten en huiswerk te maken, een aangepast rooster, een liftsleutel, een aangepast examenprogramma enzovoort. De inhoud van deze vorm van begeleiding is steeds maatwerk, bijvoorbeeld uitleg aan docenten, praktische tips voor de leerling en de klas, aanpassingen in toetsen en opdrachten.

dyslexiebegeleiding

Leerlingen met dyslexie hebben moeite met lezen en/of spellen. Wanneer leerlingen met een dyslexieverklaring op de Gomarus komen, krijgen leerlingen en ouders een gesprek met de dyslexiebegeleider om de schoolpas in te vullen: van welke faciliteiten willen leerlingen gebruik maken en welke verplichtingen hebben zij?

Rond de voorjaarsvakantie vindt er nogmaals een gesprek plaats met de dyslexiebegeleider en de leerling uit klas 1 om te vragen hoe het gaat. Om zelfstandigheid van leerlingen te bevorderen, vinden we het belangrijk dat signalen over het niet goed reageren op de dyslexieverklaring door vakdocenten gemeld worden bij de mentor of de dyslexiebegeleider door de leerling en/of de ouders.
Alle leerlingen worden aan het begin van klas 1 gescreend.

Voldoet een leerling niet aan een landelijk gehanteerde norm, dan wordt gekeken naar de geboden begeleiding op de basisschool. Die bepaalt mede of er een begeleidingstraject start óf dat de leerling direct aan een diagnostisch onderzoek kan deelnemen. De school heeft hiervoor contacten met IWAL [link]. De kosten hiervan zijn voor rekening van ouders. In hogere leerjaren kan de school geen screening aanbieden, maar dienen ouders bij vermoedens van dyslexie zelf een onderzoek te initiëren.
 

Faalangstreductietraining (frt)

Het kan voorkomen dat leerlingen angst hebben voor presentaties, toetsen enzovoorts. Naast observatie wordt ook een test ingezet om hierover mee duidelijkheid te krijgen. Als het te belemmerend werkt voor een leerling, dan is er een training beschikbaar in sommige jaarlagen en bij uitzondering individueel. Tijdens de training krijgen de leerlingen handvatten en tips om te leren omgaan met de angst. In de afgelopen jaren is gebleken dat deze training bij veel leerling helpt om hiermee beter om te gaan.

Sociale vaardigheidstraining (sova)

Na een screening door middel van een test en een intakegesprek vindt een training op het gebied van sociale vaardigheden plaats. Het proces wordt goed gemonitord en daarover wordt u als ouder(s) ook op de hoogte gesteld. De sova-training kan gezien worden als een steuntje in de rug van uw kind om in het schoolleven van elke dag voldoende sociaal vaardig te zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot een praatje maken of opkomen voor je eigen mening. De sova-training is een groepstraining waarin de leerling oefent in het omgaan met anderen in verschillende (sociale) situaties. De praktijk leert dat daardoor vaak ook het zelfvertrouwen van de leerling buiten de sova-groep groter wordt.

Huiswerkservice (hws)

Voor leerlingen uit de satellietklas en het LWOO is er de huiswerkservice op een aantal middagen van de week. Leerlingen ontvangen structuur bij het plannen en hulp bij het leren en maken van hun huiswerk. Ook leerlingen die vanuit het ZAT/IZO begeleid worden, kunnen tegen betaling gebruik maken van de huiswerkservice. Het is meestal niet zo dat leerlingen al hun werk op school kunnen afronden.

Leerwegondersteuning (lwoo)

LWOO staat voor leerweg ondersteunend onderwijs. LWOO is geen aparte leerweg. De leerlingen worden geplaatst in een VMBO-basisklas met LWOO. Sinds 2016 zijn er mogelijkheden op leerwegondersteuning te krijgen op kader- en mavoniveau voor de eerste twee leerjaren. Een leerling komt in aanmerking voor LWOO bij bepaalde achterstanden ten opzichte van de normgroep. Er wordt les gegeven in kleine, prikkelarme lokalen in een rustige gang. De LWOO-docenten geven meestal meerdere vakken aan de klassen, waardoor er voor de leerlingen weinig verschillende docenten zijn. Er is intensief contact tussen mentor, assistent, leerling en ouders. Er is veel oog voor ondersteuning op sociaal-emotioneel en leergebied. Indien nodig kan een LWOO-leerling begeleiding krijgen van de huiswerkservice. De assistenten van het LWOO vormen een belangrijke schakel tussen de leerling en de docenten.

Satellietklas (s-klas)

De satellietklas is geen klas zoals een gewone klas. Het is een plaats binnen school waar een leerling  heen kan gaat voor een extra steuntje in je rug. In de satellietklas zitten leerlingen uit verschillende klassen en van verschillende niveaus. Zowel op het hoofdgebouw als op de dependance is een s-klas te vinden. Indien nodig kan de s-klasbegeleiding wordt aangevuld met huiswerkservice: na de lesdag kan de leerling op school huiswerk plannen, maken en leren. Het doel is uitstromen naar de reguliere lessen. Het doel van de ondersteuning vanuit de s-klas is de leerling te helpen zonder de s-klas zijn schoolloopbaan te vervolgen.

Trajectklas (t-klas)

Op de Gomarus hebben we ook een klas voor leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben dan in de s-klas geboden kan worden. Dat is de trajectklas, op de dependance. Hier volgt de leerling tijdelijk (bijna) alle lessen. In de t-klas zitten leerlingen uit verschillende klassen en van verschillende niveaus. Per leerling wordt gekeken wat nodig. Als het  mogelijk is om (weer) de lessen met de klas te volgen, dan wordt dat geprobeerd. Het doel is uitstromen naar de reguliere lessen, eventueel met ondersteuning van de s-klas.

Motorische remedial teaching (mrt)

Docenten bewegingsonderwijs melden leerlingen aan, die vanwege hun motoriek opvallen. Er volgt een test. Tijdens die les wordt beslist wie er in aanmerking komt voor motorische remedial teaching. Na de herfstvakantie start de training van 1 uur per week. Ook thuis dienen leerlingen oefeningen te doen. De MRT-docent bepaalt in overleg de in- en uitstroom.