Antipestbeleid

 

Wat houdt het in?

Veiligheid in het onderwijs is een onderwerp waarbij iedereen in en rond de school betrokken is. Alleen in een veilige en prettige omgeving kunnen personeel en leerlingen effectief en plezierig met elkaar samenwerken.

Pesten vormt een reëel gevaar voor de veiligheid van de leeromgeving. Om pesten op onze school zoveel mogelijk te voorkomen, is er een antipestbeleid opgesteld. Het beleid beschrijft hoe te handelen in bepaalde situaties, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het voorkomen, het signaleren en het bestrijden van pesten.

Voorkomen

Om een veilige leeromgeving te creëren voor alle leerlingen en het pesten te voorkomen, wordt er in alle klassen door de mentor aandacht besteed aan positieve groepsvorming. Dit bestaat onder andere uit het bespreken van omgangsregels en het nemen van maatregelen bij het overtreden van die regels. Ook  stellen de leerlingen zelf een antipestcontract op, dat door iedereen ondertekend wordt. 

Signaleren

Om het pesten te signaleren is elk personeelslid alert op mogelijk pestgedrag en indien het voorkomt, wordt er meteen ingegrepen. Als leerlingen een pestgeval signaleren, kunnen zij dat melden via het e-mailadres stoppesten@gomarus.nl. Deze e-mail ontvangt de antipestcoördinator en deze motiveert de melder om contact op te nemen met de mentor en de ouders. Na overleg met de melder zoekt ook de antipestcoördinator contact met de mentor en de ouders.

Bestrijden

Indien er sprake is van een pestgeval, dient dit zo spoedig mogelijk bestreden te worden. Dit wordt gedaan door middel van de vijfsporenaanpak, die beschreven is in het antipestprotocol. Deze aanpak houdt in dat er vijf partijen bij het bestrijden van pesten betrokken zijn: de daders, de slachtoffers, de zwijgende middengroep, de leerkrachten en de ouders.
Binnen deze curatieve aanpak speelt de mentor een cruciale rol. 

In de eerste plaats voert de mentor gesprekken met het slachtoffer en de dader met als doel helder te krijgen wat er precies aan de hand is. Vervolgens worden er (indien mogelijk) gedragsafspraken gemaakt. Ook de ouders worden hierover ingelicht. 

Na drie weken wordt er opnieuw een gesprek gevoerd met het slachtoffer en de dader apart om te informeren of het pesten daadwerkelijk gestopt is. Wanneer dit niet het geval is, worden er afspraken gemaakt met de teamleider, waarbij de ouders betrokken worden. Als ook na deze gemaakte afspraken het pestgedrag aanwezig blijft, meldt de mentor de dader/het slachtoffer aan voor Sova-training. Mocht ook dit niet voldoende zijn, dan wordt de dader aangemeld bij het IZO.

Wat zijn de doelen?

  • Het creëren van een goed pedagogisch klimaat, waarbij sprake is van wederzijds respect tussen docent en leerlingen.
  • Het bieden van veiligheid aan leerlingen door het opstellen van duidelijke gedragsregels en het nemen van maatregelen bij het overtreden van die regels.
  • Het signaleren van pesten en het bestrijden ervan door middel van de vijfsporenaanpak, die beschreven is in het antipestprotocol.

Voor wie is het?

Voor alle leerlingen en personeelsleden van de school die direct of indirect te maken krijgen met enige vorm van pesten. 

Wie zijn de coördinators? 

Mevr. M.M. van der Spek

Mevr. H.J. Awdisho - van den Bosch