Plaatsing in de onderbouw 

Met de onderbouw bedoelen we het onderwijs dat in de eerste twee jaren van het vmbo en in de eerste drie jaren van de havo/het vwo gegeven wordt. Wij vinden het in klas 1 belangrijk om voor de nieuwe leerlingen een veilige omgeving te creëren, waarin zij zich thuis voelen en waarin ze ervaren dat er persoonlijke aandacht en betrokkenheid is. We besteden daarom in de eerste maanden van het eerste schooljaar aandacht aan een goede opvang en introductie, zodat de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs zo soepel mogelijk verloopt.

De hoofdrol is hierin weggelegd voor de mentor, die het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouders/verzorgers is. De mentor fungeert als de spil in de begeleiding. Hij/zij is de persoonlijke coach van de leerlingen. In het begin van het schooljaar krijgen zowel de leerlingen als de ouders/verzorgers gelegenheid om kennis te maken met de mentor. In klas 1 zijn mentorlessen ingeroosterd waarin studievaardigheden en sociale vaardigheden aan de orde komen. Mentorgesprekken vinden minimaal één keer per jaar plaats en indien de situatie dat vraagt vaker. Al het personeel, maar vooral de docenten, hebben een taak in het signaleren en bespreekbaar maken van probleemgedrag van leerlingen. De onderbouw kent verschillende heterogene klassen.

In het eerste jaar kunnen leerlingen geplaats worden in de volgende klassen: vwo (v), havo (h), mavo (vmbo-t), vmbo-k (k) of vmbo-b (b), eventueel met de mogelijkheid tot lwoo. In de eerste en tweede klas wordt bij het tweede rapport een(voorlopig) advies opgesteld over de meest geschikte vervolgroute. 

Het is ons streven om leerlingen zodanig op te leiden dat ze met een diploma de school kunnen verlaten. Het is daarom belangrijk hen zo snel mogelijk op het goede niveau te plaatsen waar ze hun talenten zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Het advies van de basisschool is van groot belang voor ons, omdat de groepsleerkrachten de leerling kennen en goede instrumenten in huis hebben om een advies te geven.

We plaatsen leerlingen op het niveau wat de basisschool adviseert. Dus havo-leerlingen in een havo klas, enz. Om organisatorische redenen  kan het zo zijn dat er een combinatie klas komt. Dat kan havo-vwo zijn of mavo-havo zijn. In dat geval plaatsen we zoveel mogelijk leerlingen in de klas die een cito hebben die bijna op het niveau zit van het hoogste niveau. Dan krijgen deze leerlingen dus de kans om te laten zien dat ze het hogere niveau aan kunnen!