Docentbegeleiding

 

Een nieuw benoemde docent krijgt het eerste jaar begeleiding van een schoolopleider en een werkplekbegeleider. Nieuw benoemde docenten zijn te verdelen in docenten in opleiding en docenten met een bevoegdheid. Na benoeming wordt door de adviseur P&O en de coördinator van de opleidingsschool bepaald welke begeleiding er nodig is en hoeveel. Een werkplekbegeleider heeft de docent alleen gedurende het eerste jaar.

Hoeveel begeleiding en opleiding er in de volgende jaren nog gegeven wordt, wordt vastgesteld door de schoolopleider in overleg met de betreffende docent, de direct leidinggevende en de opleidingscoördinator. Het streven is om de opleiding en begeleiding af te ronden in twee jaar met een uitloop tot maximaal vier jaar.